Terug naar kennisoverzicht

EPV na de afschaffing van de salderingsregeling

Waarom meten en monitoren nog steeds essentieel is voor woningcorporaties en installateurs

Een regeling onder druk vanuit de praktijk

De Energieprestatievergoeding (EPV) is de afgelopen jaren een belangrijk instrument geweest bij de verduurzaming van sociale huurwoningen. Met name bij Nul-op-de-Meter-concepten bood de EPV woningcorporaties de mogelijkheid om investeringen in gebouwgebonden installaties terug te verdienen, terwijl huurders per saldo lagere of gelijkblijvende woonlasten hadden.

Met de afschaffing van de salderingsregeling verandert dat speelveld fundamenteel. Huurders kunnen opgewekte elektriciteit niet langer volledig wegstrepen tegen hun afname. Daardoor ontstaat het risico dat de EPV niet meer neutraal uitpakt voor de huurder, maar juist leidt tot hogere maandlasten. In de praktijk leidt dit tot twijfel: is EPV nog wel houdbaar? En belangrijker nog: heeft het nog zin om te meten en te monitoren als het financiële voordeel onder druk staat?

Waarom dit onderwerp nú relevant is

De salderingsregeling was jarenlang een impliciete pijler onder veel EPV-businesscases. Hoewel EPV juridisch losstaat van salderen, waren de twee in de praktijk sterk met elkaar verweven. De huurder betaalde een vaste vergoeding aan de corporatie, terwijl de lagere energierekening het effect neutraliseerde.

Met het verdwijnen van salderen verschuift de verantwoordelijkheid voor energiegebruik zichtbaarder naar de bewoner. Tegelijkertijd nemen andere ontwikkelingen toe in relevantie: stijgende elektriciteitstarieven, netcongestie, strengere prestatie-eisen vanuit beleid en toezicht, en de noodzaak om installaties langdurig goed te laten functioneren.

In dat spanningsveld staat EPV niet alleen als financiële regeling ter discussie, maar ook als technisch en organisatorisch concept. Juist daarom is het moment aangebroken om EPV los te trekken van het idee “nul op de meter” en opnieuw te kijken naar de onderliggende waarde: inzicht, sturing en borging van prestaties.

Hoe EPV werkt en waar het vaak misgaat

EPV is bedoeld als vergoeding voor de gegarandeerde energieprestatie van een woning, vastgelegd in een energieprestatiecontract. Die prestatie wordt bepaald door de kwaliteit van de gebouwschil en de werking van installaties zoals warmtepompen, ventilatiesystemen en PV-installaties.

In theorie is de energieprestatie objectief vast te stellen. In de praktijk gaat het daar regelmatig mis. Met name bij renovatieprojecten blijkt dat prestaties worden aangenomen, maar niet structureel worden gemeten. Afwijkingen blijven daardoor onzichtbaar: een warmtepomp die structureel buiten zijn optimale bereik draait, een PV-installatie met opbrengstverlies door vervuiling of uitval, of een ventilatiesysteem dat verkeerd is ingeregeld.

Zonder monitoring wordt energiegebruik bovendien snel een gedragsvraagstuk. Huurders krijgen onvoldoende inzicht in wat installaties doen en hoe hun gebruik daarop ingrijpt. Dat leidt tot onbegrip, klachten en discussies over de rechtvaardigheid van de EPV. Juist nu salderen verdwijnt, wordt dat probleem scherper zichtbaar.

Impact per doelgroep

Woningbouwverenigingen
Voor woningcorporaties betekent de afschaffing van salderen dat de EPV-case opnieuw moet worden beoordeeld. Niet alleen financieel, maar ook vanuit risico- en reputatieperspectief. Als huurders netto meer gaan betalen zonder inzicht in oorzaken, staat dit draagvlak onder druk.

Meten en monitoren biedt hier een belangrijk tegenwicht. Door prestaties objectief te volgen, kan een corporatie aantonen of installaties doen wat is afgesproken. Afwijkingen kunnen tijdig worden gecorrigeerd, nog voordat ze leiden tot structurele extra kosten voor de huurder. Daarnaast ontstaat waardevolle stuurinformatie voor assetmanagement: welke concepten presteren stabiel, waar lopen onderhoudskosten op, en waar zit optimalisatiepotentieel?

Ook maakt dat de druk op de EPV zorgt voor druk op financiële middelen om te investeren in het verduurzamen van sociale huurwoningen.

Installateurs
Voor installateurs verschuift de rol van opleveren naar langdurig functioneren. In EPV-projecten zonder monitoring blijft onduidelijk of problemen voortkomen uit ontwerp, uitvoering of gebruik. Dat leidt tot discussies achteraf en verhoogt faalkosten.

Monitoring maakt prestaties aantoonbaar en verlegt het gesprek naar feiten. Het ondersteunt onderhoud op basis van data in plaats van meldingen en maakt het mogelijk om installaties bij te sturen op werkelijk gebruik. Zeker in een context zonder salderen wordt het steeds belangrijker om eigenverbruik te maximaliseren en piekbelastingen te beperken — iets wat zonder meetdata nauwelijks te realiseren is.

Aannemers en netbeheerders
Voor aannemers ligt de impact vooral in de ontwerpfase. Conceptkeuzes zonder inzicht in latere prestaties worden risicovoller. Voor netbeheerders geldt dat inzicht in werkelijk gebruik helpt bij het beheersen van pieken en lokale netbelasting, zeker bij grootschalige verduurzaming van bestaande wijken.

Praktische aandachtspunten en keuzemomenten

De afschaffing van salderen vraagt om scherpere keuzes bij EPV-projecten. Enkele aandachtspunten uit de praktijk:

  • Loskopelen van EPV en salderen: Beoordeel EPV op basis van gegarandeerde prestaties, niet op basis van veronderstelde energierekeningen.
  • Monitoring als randvoorwaarde: Zonder structurele meting is prestatiegarantie feitelijk niet toetsbaar.
  • Focus op eigenverbruik: Inzicht in opwek en afname per tijdsinterval wordt belangrijker dan jaarbalansen.
  • Transparantie richting huurders: Begrijpelijke terugkoppeling voorkomt wantrouwen en klachten.
  • Renovatie ≠ nieuwbouw: In bestaande bouw zijn afwijkingen eerder regel dan uitzondering; monitoring is daar extra waardevol.

EPV verandert, maar verdwijnt niet

De afschaffing van de salderingsregeling zet de traditionele EPV-logica onder druk, maar ondermijnt niet het fundament ervan. Integendeel: juist nu wordt zichtbaar waar EPV werkelijk over gaat. Niet over administratieve verrekeningen, maar over aantoonbare prestaties van gebouw en installatie én het kunnen blijven financieren van verduurzaming.

Meten en monitoren zijn daarin geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde. Ze maken prestaties inzichtelijk, verdelen verantwoordelijkheden eerlijker en bieden handelingsperspectief voor alle betrokken partijen. EPV zonder salderen vraagt om meer technische volwassenheid, maar levert ook betere grip op energie, kosten en comfort.

Voor woningcorporaties, installateurs en ketenpartners ligt hier een kans: EPV herpositioneren als instrument voor kwaliteit en beheersbaarheid in plaats van als rekensom. Dat vraagt om andere keuzes, maar biedt op de lange termijn meer zekerheid — voor organisaties én voor bewoners.

Wil je meer weten over dit onderwerp?

Neem contact met ons op om te bespreken hoe BeNext jouw organisatie kan helpen.